Coq au vin


Coq au vin is een Frans gerechtje dat bestaat uit het smoren en koken van kip met rode wijn, spekjes, champignons en eventueel zelfs knoflook. Coq au vin is vertaald in het nederlands als haan met wijn.

De wijn die gebruikt wordt voor de saus is meestal een Bourgogne maar in veel verschillende regio’s in Frankrijk gebruiken ze een lokale wijn hierdoor verkrijg je verschillende varianten op het recept van coq au vin (enkele varianten: coq au jaune, coq au Riesling, coq au pourpre of coq au violet, …).

Korte geschiedenis van coq au vin:

Diverse legendes zeggen dat coq au vin afstamt van het oude Gallië en Julius Caesar. Maar het vroegst gedocumenteerde recept stamt uit de 20ste eeuw. Het is wel algemeen aanvaard dat het wel al lang bestond voordat het gedocumenteerd werd. Een vergelijkbaar recept “Poulet au vin blanc” verscheen als eerst in een kookboek in 1864.

Julia Child zorgde ervoor in 1961 met haar kookboek “Mastering the art of French cooking” dat het recept coq au vin meer bekend werd, ze kwam zelfs enkele malen op de tvzender PBS op de kookshow “The French chef”. Door haar bekendheid werd de populariteit van deze schotel verhoogd in de Verenigde Staten en werd dit recept gezien als één van Child’s karakteristieke gerechten. Hierna veroverde dit gerecht de wereld, tot op de dag van vandaag wordt dit gerecht nog vaak opgediend bij feest gelegendheden en in restaurants.

coq au vin

Voorbereiding:

Hoewel het woord “coq” in het Nederlands haan betekend gebruikt men voor het recept coq au vin meestal kip of jonge haantjes.

Het standaard recept vraagt om de volgende ingrediënten: kip, rode wijn (bourgogne), spekjes (gezout varkensvlees), champignons, uien, knoflook en soms brandewijn.

Hoewel het woord “coq” betekent in het Frans “haan” of “cock”, en stoere vogels met veel bindweefsel profiteren van smoren, de meeste coq au vin recepten oproep voor kapoen of kip. De voorbereiding van coq au vin is heel hard te vergelijken met die van boeuf bouguignon. De kip wordt eerst gemarineerd in wijn, dan aangebraden in vet en langzaam gestoofd tot deze gaar is. meestal gebruikt men peper, zout, tijm, peterselie en laurier om het gerecht op smaak te brengen. De saus wordt meestal verdikt door een roux of door toevoeging van “bloed” aan het einde.